Handleiding gevelbekleding
Benodigdheden
Voor het plaatsen van composiet gevelbekleding heb je het volgende nodig:
- Composiet gevelbekleding planken
- Montageclips / bevestigingsclips
- RVS schroeven (geschikt voor buitengebruik)
- Gekleurde RVS Schroeven
- Rachelwerk (houten of aluminium latten) of ventilatielatten (indien vereist)
- Optioneel: dampopen waterkerende bouwfolie (UV-bestendig)
- Startprofiel
- Eindprofiel
- Hoekprofielen (indien van toepassing)
- Waterpas
- Meetlint
- Boormachine / schroefmachine
- Zaag (afkortzaag of handcirkelzaag)
- Potlood of marker
Stap 1: Voorbereiding
Ondergrond controleren
Controleer eerst of de ondergrond geschikt is voor het plaatsen van gevelbekleding. De ondergrond moet stabiel, droog en vlak zijn. Oneffenheden kunnen later zichtbaar worden in het eindresultaat.
Zorg er daarnaast voor dat de ondergrond vrij is van vuil en losse delen, zodat het rachelwerk stevig bevestigd kan worden.
Ter info: met rachelwerk bedoelen wij de houten of aluminium latten / profielen die onder de gevelbekleding geplaatst worden.
Ventilatie en opbouw bepalen
Bij gevelbekleding is ventilatie essentieel. Zorg ervoor dat er altijd ruimte achter de gevelbekleding aanwezig is, zodat lucht kan circuleren en vocht kan worden afgevoerd.
Houd hierbij rekening met:
- Een open ruimte achter de bekleding (minimaal 1,5cm ruimte tussen muur en gevelbekleding)
- Ventilatie aan de onder- en bovenzijde van de gevelbekleding (minimaal 2cm ruimte aan de boven en onderzijde)
- Bij gevelbekleding die tot de grond komt dien je onderaan 10cm ruimte over te houden in verband met het opspatten van vuil tijdens regen.
Een goede ventilatie voorkomt vochtproblemen en verlengt de levensduur van de gevelbekleding.
Legrichting bepalen
Bepaal vooraf of je de gevelbekleding horizontaal of verticaal wilt plaatsen. Dit heeft invloed op de richting van het rachelwerk.
- Horizontale gevelbekleding → rachelwerk verticaal
- Verticale gevelbekleding → rachelwerk horizontaal (met extra ventilatielatten)
Werk dit vooraf goed uit, zodat je tijdens de montage niet hoeft te corrigeren.
1. Rachelwerk plaatsen
Rachelwerk uitzetten
Plaats het regelwerk tegen de gevel met een hart-op-hart afstand van ongeveer 40 tot 60 cm. Dit zorgt voor voldoende ondersteuning van de composiet planken. Bij voorkeur kies je voor 40cm zodat je rachelwerk altijd stevig genoeg is.
Heb je meerdere profielen boven elkaar dan dien je een extra lat te plaatsen bij de overgang van het ene profiel naar het ander profiel op de kopse kanten.
Zorg dat het regelwerk volledig recht en waterpas wordt geplaatst. Dit bepaalt uiteindelijk hoe strak de gevelbekleding eruit komt te zien.
Gebruik een waterpas bij het aftekenen van de lat waarop de gevelbekleding geplaatst wordt, na het aftekenen schroef je om 50 tot 100cm een schroef voor de stevigheid. Boor zowel in de muur je pluggen voor als in de lat de gaten voor de schroeven. Zo voorkom je dat je lat splijt tijdens het schroeven, gebruik bij voorkeur een slag kleinere boor dan je schroef.
Rachelwerk plaatsen
Plaats vervolgens het rachelwerk met latten van minimaal 27 x 40 mm. De richting van het rachelwerk is afhankelijk van de legrichting van de gevelbekleding:
- Bij horizontale gevelbekleding plaats je verticale regels
- Bij verticale gevelbekleding plaats je horizontale regels (eventueel met extra ventilatielatten)
Houd een hart-op-hart afstand aan van 40 tot 60 cm. Voor extra stevigheid wordt 40 cm aanbevolen. Op plekken waar planken in de lengte aan elkaar gekoppeld worden, plaats je dubbele latten.
2. Begin/eindprofielen en hoekprofiel plaatsen
Wanneer het rachelwerk correct is geplaatst, begin je met het monteren van de profielen. Deze zorgen voor een nette afwerking en vormen het startpunt van de gevelbekleding.
Begin/eindprofiel plaatsen (zelfde profiel)
Bij verticale plaatsing monteer je het beginprofiel (ook wel eindprofiel) aan de buitenzijde van de gevel. Bij horizontale plaatsing monteer je deze onderaan.
Plaats het profiel en controleer met een waterpas of deze volledig recht zit. Markeer vervolgens de bevestigingspunten en boor deze voor. Dit voorkomt dat het profiel of het regelwerk splijt. Zorg wel dat je schroeven laat verspringen ten opzichte van de schroeven van je rachelwerk.
Bevestig het profiel met RVS schroeven en zorg dat het stevig vastzit zonder te vervormen.
Hoekprofielen plaatsen
Monteer daarna de hoekprofielen op de buitenhoeken van de gevel. Ook hier geldt dat je deze waterpas plaatst en stevig bevestigt met voldoende tussenruimte (maximaal 100 cm).
Houd onderaan en bovenaan altijd minimaal 20 mm ruimte vrij voor ventilatie, bij een profiel tot aan de grond dien je 10cm vrij te houden.
3. Eerste gevelplank plaatsen
Startpositie kiezen
Begin op de juiste plek met de eerste plank. Bij verticale plaatsing start je aan de buitenzijde van de gevel. Bij horizontale plaatsing begin je onderaan. Werk bij voorkeur van buitenhoek naar binnenhoek, zodat de planken netjes aansluiten op het hoekprofiel.
Richting controleren
Let goed op de juiste richting van de plank. Bij horizontale montage moet de groef naar beneden wijzen, zodat regenwater niet in de plank blijft staan. Bij verticale montage maakt de richting van de plank geen verschil.
Plank op maat zagen
Meet de plank altijd zelf na en zaag deze indien nodig op maat. Houd er rekening mee dat planken soms iets langer kunnen zijn dan opgegeven. Gebruik een afkortzaag of cirkelzaag om een strakke en nette zaagsnede te krijgen.
Let op! Zaag erg rustig door je gevelbekleding, te snel zagen of te hard drukken (bij een tafelzaag) zorgt ervoor dat je houtvezels afknappen bij de zaagsnedes en dit zorgt voor een rommelig resultaat.
Plank uitlijnen
Plaats de eerste plank strak tegen het profiel en controleer met een waterpas of deze volledig recht ligt. Deze eerste plank is bepalend voor de rest van de gevel, dus nauwkeurig werken is belangrijk.
Bevestigen
Bevestig de plank via de groefzijde aan de houten onderconstructie. Boor altijd eerst voor en gebruik RVS-schroeven voor een duurzame bevestiging. Draai de schroeven stevig vast, maar voorkom dat er spanning op het materiaal komt te staan.
Werkruimte aanhouden
Houd rondom de plank minimaal 5 mm ruimte vrij ten opzichte van muren, kozijnen en andere vaste delen. Deze ruimte is nodig omdat composiet kan uitzetten en krimpen bij temperatuurverschillen.
4. Gevelbekleding verder opbouwen
Planken in elkaar schuiven
Schuif elke volgende plank in de vorige plank, zodat de planken netjes in elkaar vallen en strak op elkaar aansluiten. Dit zorgt voor een egale en gesloten gevel.
Voorboren
Boor de schroefgaten voor in de groefzijde van de plank. Gebruik hiervoor een boor die iets kleiner is dan de schroefmaat, zodat het materiaal niet splijt of beschadigt.
Vastschroeven
Bevestig de planken stevig op de achterconstructie. Draai de schroeven niet te strak aan, zodat de schroefkop het oppervlak raakt zonder druk op het materiaal uit te oefenen.
Let op! Het is verstandig om je schroeven de laatste slag met de hand vast te draaien indien mogelijk, zo verminder je de kans dat de groefzijde splijt vanwege de druk van de schroef.
Controle tijdens montage
Controleer tijdens het monteren regelmatig met een waterpas of de gevel nog recht loopt. Kleine afwijkingen kunnen later zichtbaar worden, dus corrigeer deze direct.
Ruimte rondom houden
Houd bij kozijnen, hoeken en andere vaste onderdelen steeds ongeveer 5 mm ruimte vrij. Dit voorkomt spanningen en zorgt ervoor dat het materiaal kan blijven werken.
Doorwerken tot de een na laatste plank
Werk op dezelfde manier door totdat er nog ruimte over is voor de laatste plank. Blijf tijdens het hele proces nauwkeurig controleren.
5. Laatste plank plaatsen
Laatste plank
De laatste plank vraagt extra aandacht, omdat je deze vaak op maat moet maken.
Meet de resterende ruimte nauwkeurig op meerdere punten. Gevels zijn niet altijd volledig recht, dus kleine verschillen kunnen voorkomen.
Op maat zagen
Zaag de laatste plank nauwkeurig op maat zodat deze goed past zonder spanning. Werk hierbij zorgvuldig om een nette afwerking te behouden.
Bevestigen
Omdat de laatste plank niet via de zijkant bevestigd kan worden, gebruik je zichtbare schroeven. Plaats deze gelijkmatig verdeeld en zo onopvallend mogelijk. Bijvoorbeeld op de tussenruimtes tussen de uitstekende profielen in. Zorg dan dat je die tussenruimtes niet afzaagt.
Voorboren
Boor ook hier de schroefgaten eerst voor om scheuren of barsten in het materiaal te voorkomen.
Eindcontrole
Controleer of de laatste plank goed aansluit op de rest van de gevel en of alles nog netjes recht loopt.
6. Afwerken met eindprofiel
Eindprofiel op maat maken
Zaag het eindprofiel op maat zodat deze perfect aansluit op de resterende ruimte.
Plaatsen
Plaats het eindprofiel met de gesloten zijde naar buiten. Dit zorgt voor een strakke en verzorgde afwerking van de gevel.
Bevestigen
Bevestig het eindprofiel zorgvuldig en verdeel de schroeven netjes, zodat ze zo min mogelijk opvallen in het eindresultaat.
Eindcontrole
Loop de volledige gevel nog één keer na en controleer of alle planken goed vastzitten, recht gemonteerd zijn en netjes aansluiten op de start- en hoekprofielen.
Gefeliciteerd, je gevel is klaar
Gefeliciteerd, je hebt zojuist je gevel voorzien van composiet gevelbekleding. Met de juiste opbouw en ventilatie heb je nu een duurzame en onderhoudsarme gevel die jarenlang meegaat.
Tips en aandachtspunten
Opslag van planken
Leg de planken altijd vlak neer en ondersteun ze over de volledige lengte. Dit voorkomt dat ze kromtrekken tijdens opslag of verwerking.
Voorbereiding
Zaag planken bij voorkeur vooraf op maat en controleer altijd de werkelijke afmetingen voordat je begint met monteren.
Schroeven
Schroef nooit te dicht bij de rand van een plank. Houd voldoende afstand om scheuren of beschadigingen te voorkomen.
Werking van het materiaal
Houd altijd rekening met de werking van composiet en zorg daarom voor voldoende ruimte rondom de planken.
Gereedschap
Werk met goed en geschikt gereedschap. Dit zorgt voor een strakke montage en voorkomt beschadigingen aan het materiaal.